Box 3-debat Tweede Kamer: kritiek op tegenbewijsregeling en vertraging nieuw stelsel

Tijdens het commissiedebat over box 3 op 20 februari jongstleden uitten politieke partijen en experts forse kritiek op de huidige belastingregels voor vermogen. Staatssecretaris Van Oostenbruggen houdt vast aan het tijdelijke stelsel met een tegenbewijsregeling, ondanks zorgen over complexiteit, oneerlijke effecten en vertraging van het nieuwe box 3-stelsel tot 2028.

Home > Nieuws > Box 3-debat Tweede Kamer: kritiek op tegenbewijsregeling en vertraging nieuw stelsel

Door: Nicole van Roekel - 24 februari 2025

Tegenbewijsregeling onder vuur

De tegenbewijsregeling, bedoeld als overgangsmaatregel tot 2028, kost naar schatting € 3,5 miljard euro in 2023-2024. SGP-fractieleider Chris Stoffer vroeg zich tijdens het debat af of het forfaitaire rendement voor vermogen (6-7%) te hoog is ingeschat, gezien de grote verschillen tussen beleggers. De regeling komt vooral ten goede aan vermogende huishoudens en hogere inkomens, die meer dan vier keer modaal verdienen. Stoffer pleitte voor progressieve tarieven in box 3, vergelijkbaar met box 1 en 2.

De Raad van State waarschuwde eerder al voor de “extreem ingewikkelde uitvoering” en adviseerde een verplicht formulier om administratieve lasten te beperken

Voor vastgoedbeleggers is de situatie extra pijnlijk: kosten voor waardestijgingen (zoals onderhoud) zijn niet aftrekbaar.

Vertraging nieuw stelsel tot 2028

Het nieuwe box 3-stelsel, gebaseerd op werkelijk rendement, wordt uitgesteld tot 2028 vanwege capaciteitsproblemen bij de Belastingdienst

Om het begrotingstekort te dekken, wil het kabinet het forfaitaire rendement op overige bezittingen met 1,78% verhogen en het heffingsvrije vermogen verlagen naar € 52.048. Deze wijzigingen zijn voorlopig gepland voor 2026. In het voorjaar van 2025 wordt bepaald of deze wijzigingen daadwerkelijk ingaan.

Toekomstig stelsel: vragen over Natuurschoonwet en vastgoed

In het toekomstige stelsel worden NSW-goederen (bijvoorbeeld landgoederen) belast via een vermogenswinstbelasting, zonder rekening te houden met onderhoudskosten of wettelijke verhuurbeperkingen. 

Voor tweede woningen komt een vastgoedbijtelling van 2,65%, ondanks kritiek dat dit mogelijk niet voldoet aan Europese regelgeving. 

Politieke reacties en doorzettingsmacht staatssecretaris

  • ChristenUnie en BBB bekritiseerden de onevenredige druk op verhuurders. BBB-kamerlid Henk Vermeer vroeg zich af of investeringen wel verrekend mochten worden in box 3. De Hoge Raad gaf aan dat onderhoudskosten niet mogen worden verrekend, maar investeringen in verbeteringen wel.

  • VVD en NSC uitten zorgen over leegloop van de huurmarkt maar steunden Van Oostenbruggens pragmatische aanpak.

  • GroenLinks-PvdA pleitte voor een hoger belastingtarief van 49% op werkelijke rendementen.

Van Oostenbruggen bleef onvermurwbaar: aanpassingen aan de tegenbewijsregeling zouden invoering van het nieuwe stelsel verder vertragen en “honderden miljoenen kosten”. Hij benadrukte dat het huidige beleid een direct gevolg is van uitspraken van de Hoge Raad.

Het debat laat een kloof zien tussen de urgentie voor een rechtvaardiger belastingstelsel en de praktische uitvoerbaarheid. Voorlopig blijven vermogenden en vastgoedbeleggers zitten met onzekerheid, complexiteit en hoge lasten, terwijl het kabinet mikpunt blijft van kritiek uit zowel de Kamer als de rechtszaal.

Raisin News overview (52).png